0493 - 672672

Monitoren

Waarom monitoren

Om tijdig bij te kunnen sturen, stellen wij op onze school drie maal het rekenniveau vast van onze leerlingen middels een instaptoets. Wij doen dit in leerjaar 1, leerjaar 3 en in de voorexamenklassen. We maken hiervoor gebruik van het digitale, adaptieve programma 'Got-it?!'. In de onderbouw communiceren wij de uitslagen hiervan via Magister. In de bovenbouw communiceren wij de monitoring alleen per mentor (leerlingen) en email (ouders), om verwarring met de eerste officiŽle rekentoets (het rekenexamen) te voorkomen. Zie hiervoor ook het kopje toetsen

Instaptoetsen

Leerjaar 1

Om goed zicht te krijgen op het instroomniveau van uw zoon/dochter, maakt hij/zij aan het begin van het schooljaar een instaptoets op referentieniveau 1F. De score van uw kind in het programma wordt omgerekend naar een cijfer dat op het rapport zichtbaar is (zie verderop). Dit cijfer komt op Magister te staan bij het vak rekenen. Bij een voldoende (5,5 of hoger) hoeft uw kind niet extra te oefenen. We hebben er dan vertrouwen in dat de benodigde rekenvaardigheid voor het volgende toetsmoment in leerjaar 3 wordt opgepikt uit de reguliere vaklessen. Bij een onvoldoende (5,4 of lager) raden wij dringend aan om extra te oefenen met het programma 'Got-it?!'. Hoe dit moet, kunt u vinden onder het kopje Oefenen met 'Got-it?!'

Leerlingen die bij de instaptoets een onvoldoende halen, worden aan het einde van periode 3 nog een keer getest. Zij ontvangen hiervoor een aparte uitnodiging.  Daarnaast worden leerlingen met een onvoldoende uitgenodigd voor extra rekenlessen in periode 2 en 3. Het rekencijfer telt niet mee in de bevorderingsnormen. Een zware onvoldoende voor rekenen in combinatie met veel onvoldoendes voor de hoofdvakken kan wel een extra reden zijn om een gesprek aan te gaan over de haalbaarheid van het (reken) examen op havo-niveau.

Leerjaar 3

Volgens de wettelijke referentiekaders moet uw kind aan het einde van leerjaar 3 referentieniveau 2F bereikt hebben. Om zicht te krijgen op de stand van zaken nemen wij halverwege leerjaar 3, tijdens de toetsweek na periode 2, weer een instaptoets af. Dit cijfer komt op Magister te staan bij het vak rekenen. Bij een voldoende (5,5 of hoger) hoeft uw kind niet extra te oefenen. We hebben er dan vertrouwen in dat de benodigde rekenvaardigheid voor het volgende toetsmoment wordt opgepikt uit de reguliere vaklessen. Bij een onvoldoende (5,4 of lager) raden wij dringend aan om extra te oefenen met het programma 'Got-it?!', totdat een score van 70% is gehaald. Hoe dit moet, kunt u vinden onder het kopje Oefenen met 'Got-it?!'

In tegenstelling tot leerjaar 1 zetten wij de behaalde score (het percentage) rechtstreeks om naar een cijfer. 67% wordt bijvoorbeeld een 6,7 en 34% wordt een 3,4. Ook in leerjaar 3 telt het rekencijfer niet mee in de bevorderingsnormen. Een zware onvoldoende voor rekenen kan wel een extra reden zijn om tijdig een gesprek aan te gaan over de haalbaarheid van het (reken) examen op havo-niveau.

Leerlingen die bij de instaptoets een onvoldoende halen, krijgen tot maandag 9:00 in de stille week (de week voor de proefwerkweek) de tijd om hun score in ĎGot-it?!í te verbeteren tot 70%. Leerlingen die op dat moment niet voldoende voortgang hebben geboekt, worden aan het einde van het schooljaar (toetsweek 2) nog een keer getest. Zij ontvangen hiervoor een aparte uitnodiging. De leerlingen die dan minder dan 70% scoren, moeten nŠ de toetsweek terugkomen om dit alsnog in orde te maken.

Havo4 en vwo5

Om te bepalen wie op welk moment de eerste officiŽle rekentoets kan en moet maken, nemen wij halverwege het voorexamenjaar, in de week van 6 februari een derde instaptoets af. Ditmaal op 3F-niveau. Bij een ruime voldoende (70% of meer) moet de leerling meedoen met het officiŽle examen in maart. Bij een score van 65% t/m 69% mag de leerling meedoen. Bij een onvoldoende (64% of minder) doet de leerling mee met het officiŽle examen in juni. Van januari tot aan het examen hebben alle leerlingen de mogelijkheid tot het oefenen met 'Got-it?!'. Tevens wordt er dan een reken-kwt aangeboden, waarop de leerlingen kunnen inschrijven. Informatie hierover ontvangt de leerling via de mentor.

Havo5 en vwo6

In de eindexamenklas kan een leerling desgewenst een extra monitoringsmoment inlassen. De leerling vraagt dit zelf aan, via de mentor of rechtstreeks bij de rekencoŲrdinator.

De score in 'Got-it?!'

De getoonde score in ĎGot-it?!í is een percentage van het aantal goed beantwoorde vragen. De totaalscore van de instaptoets wordt samengesteld uit vier onderdelen: getallen, verhoudingen, meten & meetkunde en verbanden.

De totaalscore van uw kind is een rekenkundig gemiddelde van de deelscores van alle vier de onderdelen. 

Van score naar rapportcijfer (leerjaar 1)

Wij vinden dat uw kind een gemiddelde score moet halen van 70%. Uw kind hoort immers bij binnenkomst het geteste niveau al te beheersen. Daarnaast moet de deelscore voor de individuele onderdelen voldoende zijn. Het komt een enkele keer voor dat een leerling gemiddeld hoog scoort, maar voor ťťn onderdeel ver onder de maat presteert. Deze leerling moet dan specifiek gaan oefenen met dat subonderdeel.

Om de communicatie helder te houden rekenen wij de score om naar een rapportcijfer. In tegenstelling tot de score, is het rapportcijfer een GEWOGEN gemiddelde van de deelscores.  Het cijfer telt niet mee bij de overgangsnormen.