0493 - 672672

Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid
Leerlingen die hoogbegaafd zijn, vormen een groep die extra aandacht nodig heeft. Deze extra aandacht moet erop gericht zijn dat deze leerlingen op hun eigen niveau kunnen functioneren en daardoor gemotiveerd blijven. Wij hebben beleid geformuleerd om hoogbegaafden te identificeren en hun deze extra aandacht te geven.

Signaleren (hoe worden leerlingen geselecteerd?)
Het is belangrijk om vroegtijdig leerlingen te signaleren die behoefte hebben aan meer uitdaging en eventueel ook begeleiding nodig hebben bij onderpresteren.
Daarom worden kinderen van de brugklas getest middels drie tests:
De IST2000R, de SAQI en de FES. De eerstgenoemde test geeft inzicht in de intelligentie en persoonskenmerken van de leerlingen. De School Attitude Questionnaire Internet (SAQI) is een vragenlijst die informatie geeft over hoe een leerling de school ervaart. De SAQI meet de motivatie voor schoolvakken, de tevredenheid met school en het zelfvertrouwen. Met de FES wordt de “leergierigheid” gemeten, de motivatie voor het extra werk. Om een compleet beeld te krijgen wordt naast de gegevens uit de tests ook gekeken naar de huidige schoolresultaten, informatie van de basisschool, mentor, vakdocenten, ouders en naar informatie van de leerling zelf.
 
Verrijking (wat is TOM?)
Samen met het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (CBO) bekijken we welke leerlingen in aanmerking komen voor verrijking. Wij hanteren hiervoor het ‘draaideurmodel’, wat wil zeggen dat de totale tijd die leerlingen op school zijn, niet toeneemt, maar dat ze de extra opdrachten uitvoeren in de normale lestijd. De leerlingen wonen lessen in vakken naar hun keuze niet bij en krijgen daardoor tijd om de opdracht of het onderzoek uit te voeren. Dit alles heet ‘traject op maat’ (TOM).
 
De eerste lessen van het TOM-project zijn bedoeld om leerlingen een indruk te geven van wat wij van hen verwachten. Daarom zijn deze lessen verplicht. Hierna mogen de leerlingen zelf kiezen of ze deelnemen aan het project. In de tweede, derde en vierde klas ligt de nadruk meer op de groepsbijeenkomsten, zodat de leerlingen contact hebben met ontwikkelingsgelijken. Zij kunnen ervoor kiezen om ook een project te draaien. Dit project vindt plaats na de kerstvakantie. Leerlingen die dat aankunnen, bieden wij de mogelijkheid om in het tweede en derde leerjaar een extra vak (Spaans, beeldende vorming of muziek) of een tweede studierichting (technasium naast het gymnasium) te volgen. Helaas is het niet mogelijk om tweetalig atheneum te combineren met het technasium.
  
Onderpresteren (wat is POP?)
Voor leerlingen met een hoge CBO-score van wie de resultaten niet in overeenstemming zijn met de hoge capaciteiten, hebben wij het  “Persoonlijk ontwikkelingsplan” (POP). Een individueel traject, waarbij leerlingen uitgedaagd worden hun goede en minder goede eigenschappen te leren kennen en om hun mogelijkheden zo goed mogelijk te benutten. Studievaardigheden kunnen hier ook deel van uitmaken.
In de eerste gesprekken staat kennismaken centraal en wordt er een start gemaakt met het zelfverhaal. Zodra een leerling zelf een probleem ervaart kan worden gestart met het opstellen van doelen. In kleine stapjes zal gewerkt worden aan deze doelen. Tussentijds zal er ook steeds worden geëvalueerd samen met de leerling. Streven is dat de leerlingen binnen schooltijd op school aan het project werken. De POP-begeleider zal uren hiervoor inplannen in overleg met vakdocenten en de leerling.