De havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) bereidt leerlingen voor op een studie in het hoger beroepsonderwijs (hbo) en duurt vijf jaar. Het vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs) bereidt leerlingen voor op een studie aan de universiteit en duurt zes jaar.
Leerlingen met een havo-advies, havo/vwo-advies of vwo-advies starten in een havo/vwo-klas of in een havo/vwo klas tweetalig onderwijs (tto). Dit zijn gemengde klassen (ook wel heterogene klassen genoemd) waar leerlingen met verschillende niveaus van en met elkaar leren. In deze klas bieden we maatwerk passend bij het niveau van de leerling en laten we hen zelf keuzes maken zodat ze hun eigen talent verder kunnen ontdekken. Leerlingen werken samen in het verwerken van de lesstof, door oefeningen en projecten. De keuze voor een definitief niveau wordt pas in leerjaar drie gemaakt. Vanaf leerjaar vier komen leerlingen in een havo-klas of een vwo-klas terecht (ook wel homogene klassen genoemd).

Centrum voor Begaafdheidsonderzoek

Wij laten alle eerstejaarsleerlingen een toets van het 'Centrum voor Begaafdheidsonderzoek' (CBO) van de Radboud Universiteit maken. Uit die toets blijkt dat sommige leerlingen meer uitdaging nodig hebben. Deze leerlingen bieden wij een traject op maat (TOM) aan. Hierbij kijken we per leerling naar de benodigde of gewenste extra uitdaging en/of ondersteuning.

Keuze moderne vreemde taal

Alle leerlingen die zich aanmelden voor de havo/vwo-locatie geven tijdens het aanmelden een voorkeur aan voor één van de twee moderne vreemde talen die ze kunnen kiezen: Spaans of Frans. We proberen zoveel mogelijk rekening te houden met de voorkeuren van alle leerlingen. In leerjaar twee komt daar voor elke leerling het vak Duits bij. Leerlingen met een vwo-advies kunnen daarnaast ook kiezen voor gymnasium. Dit betekent dat ze in leerjaar één Latijn volgen, in leerjaar twee komt daar Grieks bij.